Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •

Oude energie: een persoonlijk verhaal over twee wingewesten

Na de ontdekking van de aardgasbel onder Groningen, in 1959, werden de steenkoolmijnen in Limburg overbodig. Zo leidde de opkomst van het ene wingewest de ondergang van het andere in. Thesinger Chrétien Schouteten, kind van de steenkoolmijnen, belandde op zijn 27ste in Groningen. Hoe verhouden beide gebieden zich in zijn optiek tot elkaar? En hoe moet het verder in Groningen? ‘Ik heb me weleens afgevraagd hoe, als het gas in Friesland gevonden was, men daar zou hebben gereageerd.’

Fotografie Janna Bathoorn

In de tuin van Chrétien Schouteten, iets buiten de dorpskern van Thesinge, klinkt op deze zomerse ochtend een kakofonie van vogelgeluid. We zitten buiten, de gastheer schenkt koffie in en deelt koekjes uit.

In 1971 migreerde Schouteten met zijn vrouw Yvonne van Zuid-Limburg naar het verre, voor hem onbekende Groningen. Een energietransitie verbindt beide plekken: de ontdekking van aardgas in Groningen betekende het begin van het einde van de steenkoolmijnen in Limburg. Het zijn bovendien de enige perifere gebieden van Nederland waar waardevolle energie in de grond zat. Beide regio’s ondervonden de gevolgen daarvan, elk op hun eigen manier.

Toen het KKNN in contact kwam met Schouteten, wilden we graag zijn verhaal als ervaringsdeskundige in beide gebieden horen. Want met dat verhaal legt hij persoonlijk een lijntje tussen Groningen en Limburg.

We spreken Schouteten op 6 juni, de eerste dag van het plenaire debat over de parlementaire enquête over de aardgaswinning in Groningen. De Thesinger maakte mee wat de mijnindustrie en de sluiting daarvan voor Limburg betekenden, maar ondervond ook de gevolgen van de gaswinning in Groningen. Hoe zet hij beide gebieden tegen elkaar af?

 

Gas verdringt steenkool

Chrétien Schouteten groeide direct na de Tweede Wereldoorlog op in de dorpen Treebeek en Hoensbroek, centraal in het Limburgse mijngebied. Alles draaide daar op dat moment om de kerk en de steenkoolmijnen. Die laatste waren niet alleen de belangrijkste werkverschaffer, maar subsidieerden ook praktisch het hele sport- en verenigingsleven.

Net als veel familieleden werkte de vader van Schouteten jarenlang ondergronds.

Tegen wil en dank belandde ook de jonge Schouteten zelf na de hbs in de mijnen – op kantoor bij staatsmijn Emma in Hoensbroek. Maar op dat moment waren de dagen van de steenkoolmijnen in Limburg al geteld. De oorzaak: er was eind jaren vijftig een grote aardgasbel in Groningen ontdekt. Dat gas werd de nieuwe energiebron, er was voor de rest van de eeuw meer dan genoeg van.

Nadat Schouteten in militaire dienst geweest was, kwam hij als chemisch analist bij DSM terecht. Toen zijn baas tot hoogleraar in Groningen benoemd werd, en hem vroeg of hij niet met hem mee wilde, kreeg Schouteten alsnog de kans om te gaan studeren – een lang gekoesterde wens.

Terwijl de sluiting van de Limburgse mijnen in volle gang was, verhuisde Schouteten met zijn vrouw naar het voor hen onbekende Noorden. Het stel kwam aanvankelijk in Ten Boer terecht, en uiteindelijk in Thesinge. ‘Ik kan me nog goed herinneren dat vrienden vroegen of het gas in Groningen ook mijnverzakkingen veroorzaakte – zo noemden we die in Limburg. “Nee joh, ben je gek”, zei ik. Het leek me een proces waarbij dat niet aan de orde was.’

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
‘Ik kan me nog goed herinneren dat vrienden vroegen of het gas in Groningen ook verzakkingen veroorzaakte. "Nee joh, ben je gek", zei ik' -

Grote klap

Drie jaar nadat Schouteten Limburg verlaten had, werd de laatste steenkoolmijn gesloten. Dat het zover zou komen, had kort daarvoor niemand kunnen vermoeden.

‘Toen de mijnindustrie wegviel, stortte het hele sociale leven in. Dat heeft enorme invloed gehad.’ Ook de hele economie om de mijnen heen, met de toeleveranciers die zorgden dat de 45 duizend mijnwerkers elke dag aan de slag konden, was belangrijk voor het gebied. ‘Zelfs als je niet op de mijn werkte, kreeg je mee dat Zuid-Limburg een grote klap kreeg.’

Ook de vader van Schouteten werd ontslagen, hij was toen 50. Onder de voorwaarde vijf jaar lang niet te zullen solliciteren, kreeg hij een uitkering van de staat. Met die constructie werd een poging gedaan om de jongere generatie een grotere kans op nieuw werk te geven.

De door premier Den Uyl beloofde vervangende werkgelegenheid kwam er, in Zuid-Limburg. Zo vestigden het ABP en het CBS zich in Heerlen. Een deel van de ongeschoolde mijnwerkers vond emplooi bij de DAF-fabriek in Born. Mensen die over de provinciale grens durfden te kijken, kwamen terecht bij AKU, tegenwoordig Akzo Nobel, in Noord-Brabant, of in een van de Bruynzeel-fabrieken. Een relatief klein aantal bleef in Duitsland of België in de mijnindustrie werken. Maar lang niet alle mijnwerkers vonden zomaar een nieuw bestaan, daarmee bleef Zuid-Limburg lang een economisch achtergesteld gebied.

 

Wingewest

Net als Limburg was ook Groningen decennia lang een wingewest. Hoe verhouden beide regio’s zich tot elkaar? ‘Qua mentaliteit lijken ze op elkaar, denk ik’, zegt Schouteten. ‘In Limburg is relatief weinig protest geweest na de sluiting van de mijnen. Maar ook in Groningen heeft de bevolking veel geaccepteerd. Ik heb me weleens afgevraagd hoe, als het gas in Friesland gevonden was, men daar zou hebben gereageerd.’

Intussen is de maat in het Noorden toch echt vol: Groningers pikken de manier waarop ze behandeld zijn niet langer. Een groot verschil tussen de steenkoolmijnen en de gaswinning is dat de verzakkingen in Limburg gezien werden als een verschijnsel dat nu eenmaal bij de mijnbouw hoorde – de industrie waarvan iedereen leefde en waarin naar schatting 70 duizend Limburgers hun brood verdienden. De gaswinning daarentegen heeft voor Groningers, economisch en op het gebied van werkgelegenheid, weinig betekenis gehad.

Voor het winnen van gas is simpelweg minder mankracht nodig dan voor het winnen van steenkool. Maar ook de baten vloeiden hier niet terug in de directe omgeving. In die zin lijkt op Groningen, meer dan op Limburg, de term wingewest van toepassing. Waar in het Zuiden de mijnbouw generaties lang in het dna zat, is de gaswinning in het Noorden haast een klinische extractie-operatie geweest die nauwelijks ingebed is in de samenleving.

In de verte klinkt het geluid van een heimachine. Ook in Thesinge merkten ze de gevolgen van de gaswinning. Schouteten diende verschillende keren een schademelding in, met daarop volgend het intussen bij veel Groningers bekende stroperige proces. ‘Het voelt alsof je wordt gewantrouwd. En ik vraag me echt af of het nou onverschilligheid of incompetentie is.’

Hij houdt zijn handen een eind uit elkaar. ‘Ik heb zo’n dik rapport geschreven, uitgewerkt in thema’s, waarin ik vertel wat er volgens mij allemaal misgaat.’ Het document was niet bedoeld als klacht, benadrukt hij, maar als uitgebreide feedback, om van te kunnen leren.

Uiteindelijk kreeg Schouteten gelijk op alle punten die hij in het rapport noemde. ‘Maar vervolgens gebeurde er jarenlang niks. Het is zo’n strijd, terwijl het zo duidelijk was en alle feiten helder waren. Wij konden nog voor onszelf opkomen en zijn die strijd blijven voeren, maar er zijn ook mensen die daar veel meer moeite mee hebben en op den duur afhaken.’

 

Luisteren naar gedupeerden

De vader van Schouteten nam bij het opblazen van de schacht van staatsmijn Emma een brok beton mee, en gaf het aan zijn zoon. Het stond lang in het huis in Thesinge, als een relikwie.

Tot zijn pensioen werkte Schouteten als scheikundeleraar in Groningen en Leek. Van terugverhuizen naar Limburg was nooit sprake. ‘Ik vind Groningen fijn en mooi. Toen ik voor het eerst door het Hogeland reed, vroeg ik me af hoe ze het voor elkaar hadden gekregen om geheim te houden hoe mooi het hier was. Je moet in Nederland goed zoeken om een gebied te vinden waar zo veel stilte en rust is, maar dat toch welvarend is, al zijn er regionale verschillen.’

De parlementaire enquête en het daaropvolgende debat hebben de gevolgen van de gaswinning voor Groningers inmiddels stevig op de politieke agenda gezet. Maar hoe dat zich de komende jaren zal uiten, is nog de vraag. ‘Er moet echt geluisterd worden naar gedupeerden’, vindt Schouteten. ‘Zij moeten serieus genomen worden.’

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
'Gerechtigheid wordt in Groningen gejuridificeerd, het gaat gepaard met advocaten en procedures. Maar het moet op een menselijke manier’ -

Hij vertelt hoe de woning van zijn ouders in de jaren zestig door de gevolgen van de mijnbouw verzakt was. Hoewel het een sociale huurwoning was, kregen ze een geldbedrag aangeboden ter compensatie. Daarmee werden eventuele toekomstige schades definitief afgekocht. ‘Ik geloof dat het 3000 gulden was. Mijn ouders kochten er een nieuw bankstel van.’

Waarom hij die anekdote vertelt? De afhandeling van schade kan anders dan nu in Groningen gebeurt, is zijn overtuiging. Hij lepelt een thema op dat in de vorige eeuw, bij het streven naar een oecumenisch concilie voor vrede, meermaals naar voren kwam: vrede, gerechtigheid en de heelheid der schepping. ‘Die gerechtigheid wordt in Groningen gejuridificeerd, het gaat gepaard met advocaten en procedures. Maar het moet op een menselijke manier. Het gaat om gelijkwaardigheid tussen mensen, over zorgen dat je medemens op de plaats komt die bij hem of haar past, en over elkaar helpen.’

Leren van gemaakte fouten

Voor Limburgers was het sluiten van de mijnen een voldongen feit. Groningers laten meer van zich horen, maar blijven desondanks het gevoel houden niet voor vol aangezien te worden. Zullen inwoners bij de volgende energietransitie, die al om de hoek ligt, meer betrokken worden? Zodat ze er deze keer misschien wel de vruchten van plukken?

Schouteten: ‘Wellicht zal er inspraak zijn, of participatie – een heel verhullend woord. Ik hoop dat we leren van de fouten die we gemaakt hebben. Hopelijk kan de samenleving zich meer ontwikkelen in de geest van het burgerberaad, met democratie die van onderop vormgegeven wordt. Het is te complex geworden om alles vanuit Den Haag te beslissen.’

Hulp zou weleens uit onverwachte hoek kunnen komen. Een paar weken na het gesprek met Schouteten wordt Susan Top aangesteld als gedeputeerde, met de gaswinning en aardbevingsproblematiek als dossier. Voor het eerst zit daarmee een provinciebestuurder puur uit intrinsieke motivatie op die plek, bovendien zonder een politieke partij te vertegenwoordigen. Het aanstellen van Top zou de sleutel tot het veranderen van de processen die voor zoveel teleurstelling, frustratie en woede geleid hebben, kunnen zijn. En daarmee tot een betere toekomst voor een voormalig wingewest.

Schouteten volgt de ontwikkelingen met nieuwsgierigheid. ‘Maar er verandert pas ècht iets als de grootste opgaven van nu – die rondom klimaat, natuur en gerechtigheid – opgelost zijn. Er is nog heel veel werk te doen. Maar we moeten hoopvol blijven, want wat blijft er anders nog over?’