De toekomst is er al: een volgende stap in het werken met brede welvaart
Tijdens zijn workshop gaf Wouter Marchand een inkijk in hoe het Planbureau Fryslân werkt aan brede welvaart en toekomstgericht onderzoek. “En dat vereist meer dan monitoring alleen”, luidt zijn stelling.
Drie pijlers van het onderzoek
Hoe gaat het met de inwoners van Friesland in veranderende omstandigheden? Deze vraag staat centraal bij het Planbureau Fryslân dat beleids- en bestuurskracht wil versterken en bijdragen aan het debat over de toekomst van de provincie. Om antwoorden te verkrijgen, vindt monitoring van trends plaats. Via een online venster worden bestaande datasets (CBS, GGD, UWV, DUO) overzichtelijk gepresenteerd voor provincie en gemeenten. Er is onderscheid naar doelgroepen zoals jongeren, 65-plussers, inkomensgroepen en stedelijk vs. landelijk gebied.
Een tweede instrument vormt het inwonerspanel dat zo’n 9.000 leden telt. Zij bieden inzicht in houdingen en opvattingen over thema’s zoals energietransitie, stikstof en sociale verbondenheid. Aanvulling op het panel vormen de panel-plus-sessies waarin deelnemers in groepen doorpraten over gevoelige onderwerpen.
Tot slot houdt het Planbureau zich bezig met verdiepend onderzoek. Voorbeelden zijn studies naar ouder worden op de Waddeneilanden, waarin monitoring, paneldata en veldwerk worden gecombineerd.
Belangrijke bevindingen
Er is een Friese paradox: economisch en qua opleidingsniveau loopt Friesland achter, maar haar inwoners zijn opvallend tevreden met hun leven. Dat wordt o.a. bepaald door factoren als eigen regie, prettige woonomgeving, veiligheid, geringe inkomensverschillen en een sterke identificatie met het landschap. Vooral de sterke sociale samenhang is heel belangrijk, weet Marchand.
Fries geluk onder druk
Toch staat het ‘Fries geluk’ onder druk. Er zijn grote regionale verschillen in inkomens en economische activiteit. Kleine bedrijven, die de overhand hebben, zien zich geconfronteerd met moeilijke innovatie-opgaven. Bovendien staan de voorzieningen in de kleine kernen steeds meer onder druk. Onder de bevolking is het lokaal vertrouwen nog hoog, maar het vertrouwen in landelijke instituties daalt.
Toekomstgericht onderzoek
Het Planbureau werkt met prognoses en scenario’s. Zo laten demografische prognoses vergrijzing en ontgroening zien. Uiteraard hebben die gevolgen voor de arbeidsmarkt, zorg en het verenigingsleven. Effectstudies zoals het Planbureau uitvoerde naar Diftar (gedifferentieerde afvalheffing), helpen gemeenteraden bij afwegingen van voor- en nadelen. Een voorbeeld van een scenario-onderzoek is die van de Lelylijn waarbij inwoners konden oordelen over effecten voor landschap, populatieverandering en bereikbaarheid middels diverse varianten. Het blijkt dat jongeren positiever zijn. Ouderen maken zich vooral zorgen over de effecten op het landschap en de instroom van nieuwe bewoners.
Scenario’s voor 2040
Marchand toont vier scenario’s die zijn uitgewerkt langs twee assen: individualisering vs. mienskip (gemeenschapszin) en economisch vs. ecologisch denken. De scenario’s zijn:
- Individueel + economisch: sterke focus op infrastructuur, mobiliteit en energieontwikkeling.
- Individueel + ecologisch: mens past zich aan grenzen van de planeet aan.
- Gemeenschap + ecologisch: collectief gedragen besef van ruimte voor natuur.
- Gemeenschap + technologie: innovaties worden ingezet voor klimaat en biodiversiteit, met de gemeenschap centraal.
De deelnemers wordt gevraagd in groepjes een scenario te kiezen en na te denken over oplossingen voor wonen, samenleven, voorzieningen en bereikbaarheid in kleine kernen (5–10.000 inwoners). Daarbij hoort ook de vraag welke rol overheid, maatschappelijke organisaties en inwoners spelen.
Eén van de groepjes werkt scenario 3 uit en legt de nadruk op buurthuis, buurtbus en buurttuin om de leefbaarheid in het dorp te versterken. Uit scenario 4 komen Tiny Houses naar voren, een plek voor ambacht en zelf stroom opwekken middels zonne-energie. Slechts één groepje werkt scenario 1 uit en komt met een somber beeld van grote huizen met muren eromheen, eigen thuisbioscopen, gyms, etc. Kortom super gericht op het individu. Geen leuk beeld, maar wel leuk om uit te werken, aldus het groepje.