Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •

Verslag Kenniscafé Wonen 5 maart 2026 – De Biotoop in Haren

Op een zonovergoten donderdagmiddag verzamelden geïnteresseerden zich in de Biotoop in Haren voor het Kenniscafé rondom het thema Wonen. Particuliere wooninitiatieven zijn in opkomst en de Provincie Drenthe ondersteunt het zogenaamde Collectief Particulier Opdrachtgeverschap. De hoogste tijd om hier eens in te duiken met een middag vol interessante sprekers over verschillende wooninitiatieven.

Door Jaap Ploeger

KKNN-projectleider Sara van der Lustgraaf heet iedereen welkom in de grote collegezaal van het voormalige biologisch centrum van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG). De zaal waar ooit studenten biologie college volgden, vormt nu het decor voor een middag over nieuwe manieren van wonen.

Locatie: De Biotoop

Ze geeft het woord aan Thomas van der Woude, die vertelt over de geschiedenis en het huidige gebruik van De Biotoop. Nadat de RUG het complex afstootte, startte Carex, een organisatie die gespecialiseerd is in het tijdelijk beheren van leegstaande panden, hier een bijzonder experiment. Ongeveer dertien jaar geleden trokken de eerste bewoners in de voormalige faculteitsgebouwen om er te wonen en te werken. Van der Woude laat een korte film zien die een indruk geeft van het leven op het terrein.

‘Inmiddels zijn het er 180 in de leeftijd van 0 tot 76 jaar, waaronder 40 kinderen,’ vertelt Thomas. ‘Er wonen hier gezinnen en alleenstaanden en jongeren die wel een steuntje in de rug kunnen gebruiken, dat ze vinden bij de vreemde vogels die hier ook plek hebben.’ Gemeenschappelijke ruimtes worden beheerd en gebruikt voor allerhande bijeenkomsten. Eromheen bevindt zich een schat aan biodiversiteit, een echte biotoop dus. De gemeente heeft inmiddels erkend dat deze woonvorm bescherming verdient, zodat het in ieder geval nog 10 jaar mag blijven bestaan. ‘Mocht je eens willen komen kijken hoe wij hier wonen en werken, in mei is de Open Dag,’ besluit hij. Het is de ideale locatie om te praten over minder traditionele vormen van bouwen en wonen.

Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) Drenthe

Het woord is vervolgens aan Janneke van der Poel, die namens de Provincie Drenthe coördinator Collectieve Wooninitiatieven is. ‘Wie is hier betrokken bij collectieve woonvormen?’ vraagt ze aan de zaal. Er gaan enkele handen omhoog. Er zitten mensen namens (lokale) overheden, toehoorders met ervaring met particuliere wooninitiatieven en een enkeling die inspiratie op wil doen.

CPO is een variant van een particuliere woonvorm waarbij alle beslissingen, van gezamenlijk idee tot bouw en bewoning, samen met een groep in eigen beheer wordt gedaan, om op die manier woningen te bouwen of een bestaande locatie te verbouwen. De groep gelijkgestemden, die samen een vereniging vormt, geeft dus de opdracht tot het bouwen van de woningen. Ze bepalen samen het ontwerp, de mate van duurzaamheid en de collectiviteit. Er komt geen projectontwikkelaar aan te pas. Dat kan kosten besparen en geeft bewoners meer invloed op het eindresultaat.

‘Drenthe was nog niet zo heel lang geleden een krimpregio, waar niet werd nagedacht over het bouwen van woningen.’ vertelt Van der Poel. ‘In de coronaperiode kwam Drenthe in trek en tegenwoordig willen of kunnen jongeren eigenlijk niet meer weg en zien senioren graag dat er voor hen plek blijft in het dorp.’ De Woonagenda van de Provincie moest op de schop en in plaats van de woonopgave alleen bij woningcorporaties of projectontwikkelaars te leggen worden particuliere wooninitiatieven nu van harte ondersteund. ‘Juist omdat gemeenten weinig of niet bouwen in kleine kernen is de CPO uitermate geschikt voor die dorpen,’ zegt ze.

Bouwen aan een gemeenschap
Opvallend is dat veel CPO-initiatieven ontstaan vanuit dorpsbelangen. Kleine woonkernen zien voorzieningen verdwijnen en willen nieuwe bewoners aantrekken of bestaande bewoners vasthouden. ‘Het begint vaak met een plek,’ zegt Van der Poel. ‘Je hebt een locatie nodig binnen het dorp of de gemeente waar je aan de slag kunt.’ Dorpsbelangenorganisaties weten vaak precies waar kansen liggen. Het gaat daarbij niet alleen om het bouwen van huizen, maar ook om het versterken van de gemeenschap.

Groepen die een CPO-project willen starten kunnen als vereniging ondersteuning krijgen. De provincie biedt financiële steun voor een procesbegeleider die helpt bij het organiseren van het traject. Zo’n begeleider helpt bij het maken van plannen, het contact met gemeenten en het omgaan met juridische en beleidsmatige vraagstukken. Gemeenten worden daarbij nauw betrokken en krijgen vanuit de provincie ondersteuning om met deze vorm van woningbouw te werken. Voor duurzame projecten zijn bovendien vaak leningen met gunstige voorwaarden beschikbaar.

Een CPO is een mooie manier om op een andere manier invulling te geven aan de woonagenda van de provinciale overheid en de woonwensen van bewoners. Hoewel het proces sneller gaat dan de traditionele ontwikkeling door professionele partijen als wooncoöperaties en projectontwikkelaars, moet je toch denken aan zo’n 3 tot 5 jaar van eerste idee tot bewoning. Het vraagt dus inzet, samenwerking en doorzettingsvermogen van de deelnemers.

Leren van anderen

Wie wil zien hoe zo’n traject in de praktijk verloopt, kan terecht op de website Crowdbuilding. Daar zijn initiatieven uit het hele land te vinden, van eerste idee tot gerealiseerd project. Ook de 65 projecten die inmiddels in Drenthe zijn gestart worden er uitgelicht. Van der Poel sluit haar bijdrage af met een praktische tip: ga vooral kijken bij andere initiatieven. ‘Daar leer je vaak het meest van.’ Daarnaast is er veel kennis beschikbaar bij de provincie en via het platform Crowdbuilding voor mensen die zelf een CPO-initiatief willen beginnen

Voorbeelden van Drentse CPO’s:

CPO Boshoven in MeppelErve Bosco in Meppel

CPO Vledder

Zo willen wij wonen

Door Jaap Ploeger

Voortgekomen uit het project Toukomst van Nationaal Programma Groningen en opgericht als stichting in 2021, ondersteunt Zo Willen Wij Wonen de ontwikkeling van particuliere woonvormen. Bestuurslid en adviseur, Wouter van der Kolk, vertelt bevlogen over de verschillende initiatieven. Maar eerst gaat hij in op een brandende vraag uit de zaal: is er vanuit de Provincie Groningen ook ondersteuning voor CPO-initiatieven?

‘Het korte antwoord is nee,’ zegt Van der Kolk. Wel komen er middelen beschikbaar via het Nationaal Programma Groningen, vooral in de opstartfase van particuliere initiatieven. Daarnaast zijn het vooral gemeenten die de handschoen oppakken, met name de gemeente Groningen. Maar zoals het in Drenthe wordt georganiseerd, gebeurt dat in Groningen – nog – niet.

Ondersteuning

Zo Willen Wij Wonen ondersteunt particuliere wooninitiatieven met advies, vooral wanneer het gaat om passende woonvormen voor ouderen in Groningen. De stichting helpt initiatiefnemers bij haalbaarheidsstudies, conceptontwikkeling en realisatie. Op dit moment gaat het om tien initiatieven van opstartfase tot afronding.

‘Het belangrijkste wat wij doen, is bestaande initiatieven bezoeken. We organiseren dus veel excursies. Dat is eigenlijk het allerbelangrijkste: leren van wat anderen al hebben gedaan en die kennis vervolgens delen.’ Daarnaast organiseert de stichting inspiratiecafés samen met partners als Katalys en Rabobank en betrokken gemeenten. Hier kunnen mensen kennis opdoen, vragen stellen en gelijkgestemden ontmoeten. Ook helpt de stichting initiatiefnemers bij het navigeren door regelgeving, die een goed idee al snel ingewikkeld kan maken.

Verschillende initiatieven
Een van de initiatieven waar Van der Kolk over vertelt speelt zich af rond een winkel in het centrum van Sellingen. De winkel is eigenlijk niet meer levensvatbaar. De eigenaar heeft verschillende pogingen gedaan om er een nieuwe invulling aan te geven, maar zonder succes. Nu ligt er een plan om achter de winkel enkele seniorenwoningen te realiseren. De winkel zelf wordt dan een centrale ontmoetingsruimte voor de bewoners. ‘Zo blijft er voor ouderen een mogelijkheid om in het dorp te blijven wonen, en blijft het centrum levendig dankzij de ontmoetingsplek,’ zegt hij. De bedoeling is dat de woningen dit jaar worden gebouwd.

In Wedde wordt gewerkt aan een plan om het oude gemeentehuis en het waterschapsgebouw te transformeren tot woonunits voor starters en senioren. Dit project is ontstaan vanuit de dorpsraad. De gemeente bleek ontvankelijk voor het idee om een mix van koop- en huurwoningen te realiseren. ‘Ook hier is het gevoel van gemeenschap leidend. De oude kantine wordt straks een dorpshuis. Veel bewoners waarderen het om een ommetje door het dorp te maken, en dan is zo’n centrale plek van grote waarde.’

Uitdagingen
Uit de zaal komen vragen over betaalbaarheid en financiële zekerheid. Van der Kolk erkent dat er bij dit soort initiatieven zeker uitdagingen zijn. Veel hangt af van de financiering. Een mogelijke oplossing is dat bewoners huren van een vereniging of stichting. Feitelijk huur je dan van jezelf.

Een ander vraagstuk is wat er gebeurt wanneer woningen in waarde stijgen en een bewoner wil verkopen. Hoe borg je dan de oorspronkelijke bedoeling van het project? Dat zijn belangrijke vragen waar initiatiefnemers goed over moeten nadenken wanneer ze een particulier wooninitiatief overwegen.

Goud voor Mekaar

Door Merlijn Broersma

Samen wonen, naar elkaar omkijken en tegelijkertijd duurzaam bouwen: dat is de ambitie van wooninitiatief Goud voor Mekaar. Tijdens het Kenniscafé Wonen vertelde initiatiefnemer Paul van der Veldt over hoe ze werken aan een wooncollectief waar jong en oud samen wonen, leven en ervaren.

“Wonen, welzijn en noaberschap.” Met deze drie woorden opende Paul van der Veldt zijn verhaal over het wooninitiatief Goud voor Mekaar. Volgens hem zit het “echte goud” in het samenzijn. Het initiatief bestaat uit een coöperatieve vereniging van mensen die samen willen bouwen aan woongemeenschappen waar verschillende generaties samenleven.

Het idee ontstond toen Van der Veldt – jarenlang eigenaar van een natuurwinkel in Winschoten – kennismaakte met een wooncoöperatie in Zeist. Daar zag hij hoe bewoners samenleefden, samen aten en activiteiten organiseerden. “Dat willen wij ook,” dacht hij. Al besefte hij meteen: Winschoten is geen Zeist.

Eerst de gemeenschap, dan de woningen

Inmiddels is de groep al 9,5 jaar onderweg. Volgens Van der Veldt is dat geen uitzondering: veel collectieve wooninitiatieven doen er tien tot vijftien jaar over om tot realisatie te komen.

In die tijd staat niet alleen het project centraal, maar vooral ook de gemeenschap zelf. “Het is belangrijk dat je al een community bouwt voordat je samen gaat wonen,” legt hij uit. Anders bestaat het risico dat mensen na jaren van overleg en procedures uiteindelijk met lange gezichten naast elkaar komen te wonen.

Daarom organiseren de leden regelmatig activiteiten: tuinfeesten, gezamenlijke diners en excursies naar andere wooninitiatieven. Zo bezoeken ze bijvoorbeeld voedselbossen en andere woongemeenschappen om inspiratie op te doen. Vanuit het publiek kwam de vraag of ze het Ecodorp Land van Aine in Ter Apel kende, wat van der Veldt beaamde als een prachtig waar jong en oud samenleven – waar de jongste 0 en de oudste 82 jaar oud is.

Woonhof voor alle generaties

De ambitie is een duurzame, biobased gebouwde woonhof met gedeelde ruimtes en een gezamenlijke tuin, maar ook met behoud van privacy voor bewoners. De wens voor privacy is een steeds belangrijker element geworden de laatste jaren – en Goud voor Mekaar gaat hierin mee met de tijd. De groep wil een plek creëren waar mensen tussen grofweg 0 en 99 jaar kunnen wonen, grapt van der Veldt.

Binnen het initiatief werken verschillende “projectkringen” aan onderdelen zoals locatieontwikkeling, financiën en ontwerp. Leden denken samen na over hoe de woningen en de gemeenschappelijke ruimtes eruit moeten zien. Dat vraagt soms om compromissen, erkent Van der Veldt, maar “hopelijk niet te veel”. Bovendien is het gezamenlijke proces juist een belangrijk onderdeel van het initiatief.

Een belangrijk uitgangspunt is dat samenleven ook bijdraagt aan welzijn. Van der Veldt verwoordt het zo: “Eén ons welzijn kan een kilo zorg besparen.” Door naar elkaar om te kijken en elkaar af en toe te helpen, kan de druk op formele zorg enorm verminderen.

Op zoek naar een plek

De woongroep onderzoekt momenteel meerdere locaties. Twee daarvan zijn concreet in beeld. In het centrum van Winschoten wordt gekeken naar een locatie voor ongeveer 27 woningen, dichtbij voorzieningen zoals winkels en het station. Woningcorporatie Acantus heeft zelfs al toegezegd om hier zes tot zeven sociale huurwoningen te realiseren.

Een tweede optie ligt in Blauwestad, een waar ruimte zou zijn voor circa 21 woningen waar ook jongeren zich thuis zullen voelen. Maar daar vormt de grondprijs nog wel een uitdaging: met een vraagprijs van ongeveer 1,7 miljoen euro vormt is dat een grote drempel voor het initiatief.

Naast deze locaties kijkt de groep ook naar andere mogelijkheden, zoals oude fabrieksterreinen, ziekenhuislocaties en andere beschikbare plekken in de regio.

Samenwerking en ondersteuning

Voor de realisatie werkt Goud voor Mekaar samen met verschillende partijen, waaronder de Rabobank. De bank ondersteunt het initiatief onder meer met een aflossingsvrije lening, waardoor de huren betaalbaar kunnen blijven. Ook stelt de bank een “aanjaagster” beschikbaar om het traject met gemeente en provincie te versnellen.

Daarnaast ontvangt het initiatief steun van verschillende organisaties en programma’s, zoals Nationaal Programma Groningen en de Gemeente Oldambt.

Kleine groep, grote verandering

Aan het einde van zijn verhaal benadrukte Van der Veldt dat projecten als Goud voor Mekaar tijd en doorzettingsvermogen vragen. Tegelijkertijd gelooft hij sterk in de kracht van burgerinitiatieven, samengevat in het slotcitaat van Margaret Mead:

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
“Twijfel nooit of een kleine groep doordachte, toegewijde burgers de wereld kan veranderen. In feite is dat de enige manier waarop het ooit is gebeurd.” Margaret Mead - Antropologe

Woldwijk

Het ontstaan

Jan Does vertelt over Woldwijk in Ten Boer: een woongebied dat begon als tijdelijk experiment op grond die oorspronkelijk bedoeld was voor woningbouw. Wat startte als een praktische oplossing voor ongebruikte gemeentegrond, groeide in de loop der jaren uit tot een plek waar alternatieve woonvormen, duurzaamheid en gemeenschapsvorming samenkomen.

De aanleiding lag in een oproep van de gemeente. Er was ongeveer veertig hectare grond beschikbaar die ooit was aangekocht voor woningbouw, maar door de bouwcrisis bleef de ontwikkeling uit. De gemeente vroeg daarom of er in het dorp ideeën waren om het gebied tijdelijk een andere invulling te geven. Daarbij speelde ook mee dat het initiatief moest bijdragen aan duurzaamheid, iets moest betekenen voor het dorp en tegelijk de financiële lasten van het terrein moest verlichten.

Pionieren

Voor Jan en andere betrokkenen begon daar het pionieren. In eerste instantie kwamen er vooral kleine plannen binnen, maar gaandeweg ontstonden ook wooninitiatieven. Niet de gebruikelijke nieuwbouw, maar bewoners die wilden wonen in tiny houses of huizen gebouwd met biobased of hergebruikte materialen.

Van de veertig hectare mocht uiteindelijk slechts een klein deel voor wonen worden gebruikt. Dat maakte het project vanaf het begin ingewikkeld. Wonen in agrarisch gebied paste niet vanzelfsprekend binnen bestaande regels en veel van wat bewoners wilden bouwen viel buiten de standaard kaders. Daardoor moest er voortdurend gezocht worden naar oplossingen.

Het project kreeg bovendien een tijdelijke status van tien jaar. Toch groeide Woldwijk in die periode uit tot een volwaardig woongebied. Verschillende groepen bewoners vestigden zich er en organiseerden zich in een coöperatieve structuur. Inmiddels wonen er ongeveer vijfenzeventig mensen.

Verbinding

Vanaf het begin was duidelijk dat Woldwijk alleen toekomst kon hebben als het geen afgesloten plek zou worden. Daarom werd veel energie gestoken in het opbouwen van contact met het dorp Ten Boer.

Een belangrijke rol speelt de boerderij die bij het gebied hoort. Die groeide uit tot een centrale ontmoetingsplek waar onder meer pizza-avonden, markten en festivals worden georganiseerd. Ook is er een zelfoogsttuin waar inwoners van het dorp lid van kunnen worden. Zo ontstond er een plek waar bewoners en dorpelingen elkaar ontmoeten.

Die open houding heeft het beeld van Woldwijk veranderd. Waar aanvankelijk nog met enige argwaan naar het initiatief werd gekeken, is er inmiddels veel meer waardering ontstaan. Volgens Jan is het sentiment zelfs omgeslagen: ‘Op een gegeven moment hoorde je in het dorp: jullie mogen niet meer weg.’

Toekomst

Woldwijk staat inmiddels op een kantelpunt. Lange tijd was het een tijdelijk experiment, maar de houding van de gemeente is veranderd. In het woonbeleid is meer ruimte gekomen voor alternatieve woonvormen zoals collectieve initiatieven en tiny houses. Daardoor wordt nu onderzocht of Woldwijk een meer structurele toekomst kan krijgen.

Dat brengt nieuwe vragen met zich mee. Hoe zorg je dat woningen betaalbaar blijven op de lange termijn? Hoe voorkom je speculatie? En hoe organiseer je eigendom en beheer van het gebied?

De oorspronkelijke termijn liep tot 2027, maar inmiddels heeft de gemeente extra tijd gegeven tot 2032. In die periode wordt onderzocht hoe Woldwijk zich kan ontwikkelen van een tijdelijk experiment naar een duurzame woonplek.

Volgens Jan laat Woldwijk vooral zien dat zulke initiatieven tijd nodig hebben om te groeien. Het project ontstond stap voor stap, maar juist daardoor groeide het uit tot meer dan alleen een woongebied: een plek waar bewoners samen zoeken naar nieuwe manieren van wonen, organiseren en verantwoordelijkheid nemen voor hun omgeving.

Boeren, Wonen & Natuur

Door Merlijn Broersma

Hoe kan het platteland bijdragen aan het oplossen van het woningtekort, terwijl tegelijkertijd de landbouw en natuur worden versterkt? Tijdens het Kenniscafé Wonen liet Sanne Groot Koerkamp zien hoe het initiatief Boeren, Wonen & Natuur werkt aan nieuwe woonvormen op agrarische erven.

Tijdens het Kenniscafé Wonen nam Sanne Groot Koerkamp de deelnemers mee in het initiatief Boeren, Wonen & Natuur (BWN), een startup van de Rabobank. Het initiatief verkent hoe agrarische erven kunnen transformeren tot kleinschalige buurtschappen waar wonen, landbouw en natuur samenkomen. Daarmee wil BWN inspelen op meerdere maatschappelijke uitdagingen tegelijk: het woningtekort, de druk op het agrarische verdienmodel en de leefbaarheid van het platteland.

Meerdere opgaven, één plek

Nederland staat voor een aantal grote uitdagingen. De vraag naar woningen groeit en wonen wordt steeds duurder. Tegelijkertijd lopen veel plattelandsgebieden leeg, waardoor voorzieningen zoals horeca, sportclubs en kinderopvang onder druk komen te staan.

Ook in de landbouwsector spelen grote veranderingen. Veel agrariërs vinden geen opvolger, met name omdat het verdienmodel onder druk staat door steeds strengere milieueisen. Wanneer boeren stoppen, verdwijnen niet alleen bedrijven, maar vaak ook het beheer en onderhoud van het landschap.

Volgens Groot Koerkamp biedt een nieuwe combinatie van functies op het boerenerf kansen. “Een boerderij kan veel meer zijn dan alleen een plek waar voedsel wordt geproduceerd.” Door wonen toe te voegen ontstaat een gemeenschap waarin bewoners betrokken zijn bij het land en het voedsel dat er vandaan komt. Tegelijkertijd kan dit boeren een aanvullend verdienmodel bieden.

Wonen, landbouw en natuur combineren

Het uitgangspunt van BWN is dat wonen, landbouw en natuur elkaar kunnen versterken. Waar deze functies sinds de industrialisatie van de landbouw steeds meer van elkaar zijn gescheiden, ziet BWN juist kansen om ze opnieuw te verbinden.

Natuurontwikkeling kan bijvoorbeeld bijdragen aan biodiversiteit en een gezonder landbouwsysteem. Ook woningen kunnen natuurinclusief (“biobased”) worden gebouwd en zo bijdragen aan het landschap. “In steden gebeurt dat al steeds vaker, maar op het platteland is daar nog veel winst te behalen,” aldus Groot Koerkamp.

Van idee naar ontwikkeling

BWN werkt als projectontwikkelaar en begeleidt het volledige traject van idee tot realisatie. Daarbij neemt de organisatie ook het complexe proces met gemeenten en provincies op zich. Dat vraagt vaak een lange adem: het ontwikkelen van een project kan zo vijf tot zeven jaar duren.

In die periode doet BWN ook haar best om toekomstige bewoners samen te houden. Inmiddels zijn ongeveer 120 locaties in Nederland onderzocht, waarvan zo’n twintig geschikt blijken voor deze combinatie van functies. In een voorbeeldproject gaat het om 21 woningen rondom landbouwgrond die bewoners kunnen pachten. Daarbij wordt nadrukkelijk gezocht naar bewoners met een agrarische ambitie. Deze plek heeft grond, kennis en ruimte voor boeren beschikbaar zonder dat zij direct een traditioneel boerenbedrijf hoeven te runnen.

Vragen uit het publiek

Tijdens de workshop kwamen verschillende vragen naar voren. Zo wilden deelnemers weten hoeveel inspraak toekomstige bewoners krijgen bij de ontwikkeling van de woningen. Volgens Groot Koerkamp werkt BWN met een hybride aanpak: eerst wordt gekeken wie geïnteresseerd is om er te wonen, waarna een passend woningprogramma met bijvoorbeeld x aantal starters-, gezins- en levensloopbestendige woningen wordt ontwikkeld. Op basis daarvan start het vergunningstraject met de gemeente.

Ook werd gevraagd hoe boeren worden gevonden die hun erf beschikbaar stellen voor deze functiecombinatie. In de praktijk melden veel boeren zich zelf, vertelde Groot Koerkamp. Daarbij speelt intrinsieke motivatie een belangrijke rol. Agrariërs kunnen hun grond via regelingen zoals de Rood-voor-Rood regeling namelijk ook verkopen voor reguliere woningbouw, wat vaak financieel aantrekkelijker en sneller is.

Tot slot kwam de rol van overheden aan bod. Worden gemeenten en provincies flexibeler in het toestaan van woningbouw op landbouwgrond? Volgens Groot Koerkamp lijkt die beweging er voorzichtig te zijn, al blijft het proces complex. Tegelijkertijd is zij optimistisch over de toekomst: het platteland zal de komende decennia sterk veranderen en er over 100 jaar compleet anders uitzien.

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
“Dat zullen wij allemaal niet meer meemaken,” grapte het publiek. “Dat klopt,” reageerde Groot Koerkamp, “maar onze kinderen wel!” Sanne Groot Koerkamp - Rabobank

Visvliet Vitaal

Door Jaap Ploeger

Jan Hut, inwoner van het kleine dorp Visvliet aan de Lauwers, vertelt over de oprichting en het werk van Stichting Visvliet Vitaal, die zich inzet voor het versterken van de dorpsgemeenschap. Vanuit zijn overtuiging dat echte gemeenschappen langzaam verdwijnen, wilden hij en zijn mede-initiatiefnemers iets concreets doen om het dorp vitaal te houden.

Voor Jan gaat een gemeenschap verder dan een online community of een club. ‘Het gaat om een gedeelde geschiedenis, om mensen die elkaar kennen, met elkaar leven en elkaar ondersteunen, ongeacht achtergrond of persoonlijkheid. En daar hoort ook de worsteling bij om samen iets voor elkaar te krijgen,’ vertelt Jan. ‘Dan pas creëer je echt een gemeenschap.’

Huiskamerwinkel en bed & breakfast
Tijdens een reis door Engeland kwam Jan onderweg een huiskamerwinkel tegen; een lokale ontmoetingsplek wat voelt als thuis. Daar werd het eerste idee geboren. Het initiatief begon uiteindelijk met de aankoop van de leegstaande kruidenierswinkel in het dorp, die werd omgebouwd tot een multifunctionele ontmoetingsplek en bed & breakfast. Het huis erachter wordt verhuurd en dat dekt een groot deel van de kosten. ‘De huiskamerwinkel wordt bestierd door Ansje, die alleenstaand is en nu, zoals ze zelf zegt, “altijd bezoek heeft”.’

De bed & breakfast wordt nu gerund door twee vrouwen uit het dorp met afstand tot de arbeidsmarkt. Dorpelingen ontmoeten elkaar hier, gasten van de bed & breakfast maken kennis met het dorpsleven en zo ontstaat een plek waar de gemeenschap tastbaar wordt. Het project laat zien hoe een fysieke plek kan fungeren als het hart van een dorp en als verbinding tussen gasten en dorpelingen.

Huurwoningen voor jongeren
Daarnaast nam de stichting drie woningen over van een woningcorporatie die ze wilde slopen. Door een intensief en langdurig proces van onderhandelen, financiering regelen en praktische aanpassingen doorvoeren, konden de woningen toch worden behouden en aangekocht. ‘Je moet je eerst door de systeemwereld heen worstelen om iets voor elkaar te krijgen,’ zegt Jan. De opgeknapte woningen werden toegewezen aan jonge mensen uit Visvliet die actief zijn in het dorp, zodat de gemeenschap versterkt wordt en jongeren perspectief krijgen. Er bleek zelfs een wachtlijst te zijn.

Het project laat zien dat een gemeenschap bouwen tijd, geduld en inzet vraagt. Volgens Jan kan dat niet zonder uitdagingen, maar een dorp kan meer samen. Het is een organisch proces waarin mensen elkaar vertrouwen en ondersteunen. Van de jongeren wordt verwacht dat ze zelfredzaam worden en bepaalde klussen zelf doen en het dorp moet ook om kunnen gaan met af en toe wat overlast van een feestje. ‘Ja, het blijven natuurlijk jongeren,’ lacht Jan.

Visvliet Vitaal laat zien dat kleine dorpen door initiatief, samenwerking en betrokkenheid hun gemeenschapsgevoel kunnen behouden en versterken. Het gaat niet alleen om vastgoed of inkomsten, maar om geschiedenis, sociale binding en actieve deelname van jong en oud. Jan sluit zijn verhaal trots af: door mensen, plekken en energie te verbinden, blijft Visvliet een dorp waar gemeenschapszin leeft.