Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •

Verslag Kenniscafé Basisvoorzieningen: Zorg en Welzijn, 25 april De Wilp

[Onderaan deze pagina vindt u de presentaties van de sprekers.]

Foto’s: Harma Kaput.

Op 25 april werd in De Wilp voor de tweede keer een kenniscafé georganiseerd over het onderwerp basisvoorzieningen. Ditmaal werden de categorieën Zorg & Welzijn uitvoerig besproken, en om daar goed mee af te trappen was Suzan Christiaanse uitgenodigd om meer te vertellen over haar proefschrift: Het effect van het verdwijnen van voorzieningen op het dagelijks leven van mensen.

Door Lucinde Terluin

Suzan begon haar presentatie met het startpunt van haar onderzoeksvraagstuk: vaak denkt men dat bevolkingskrimp leidt tot een afname van voorzieningen, wat vervolgens leidt tot een afname van leefbaarheid. Maar is dat wel zo?

Want is het misschien niet andersom? Wat veelal terugkomt in haar onderzoek is dat er drie lokale voorzieningen zijn die voldoen in de basisbehoefte van mensen: supermarkten, basisscholen en huisartsen. Toch verdwijnen deze steeds vaker omdat bedrijven schaalvergroting toepassen. Denk bijvoorbeeld aan de opening van een supermarkt XL of een medisch centrum in een groter dorp verderop.

Bereikbaarheid is vaak goed

Wat ook uit de cijfers blijkt is dat de toename van autobezit van mensen in Noordelijke dorpen in de afgelopen jaren met 30% gestegen is.  Ook is onderzocht dat men 5 tot 7,5 km rijden voor een voorziening een acceptabele afstand vindt. Omdat binnen deze straal vrijwel altijd een voorziening te vinden is, is de bereikbaarheid dus altijd goed.

Zoals Suzan zegt: ‘als bereikbaarheid voor de meeste mensen dan geen probleem is… waarom zijn we dan wel bezorgd over het verdwijnen van voorzieningen?’

Ook dat is een onderdeel van het onderzoek van Christiaanse. Hier merkt ze op dat leefbaarheid wordt beïnvloed door verschillende factoren. Niet alleen voorzieningen, maar ook bijvoorbeeld de kwaliteit van het eigen (t)huis, de buurt, veiligheid en bereikbaarheid van het werk.

Christiaanse legt uit dat de ophef bij het verdwijnen van voorzieningen, zoals bij een sportclub, dorpsschool of lokale supermarkt vaak voortkomt uit het feit dat deze locaties meer betekenis hebben dan hun primaire functie. Het is een ontmoetingsplek en heeft mede daardoor ook een symbolische en emotionele betekenis.

Suzan: ‘Wanneer een supermarkt verdwijnt vinden mensen dit vaak vervelend omdat ze vinden dat een dorp een supermarkt hóórt te hebben. Je hoort mensen dan ook eerder zeggen ‘wij hebben een supermarkt’, dan ‘het dorp heeft een supermarkt’. De woorden ‘wij’ en ‘hebben’ zijn hierin heel tekenend voor de emotionele waarde die men toekent aan de voorziening.’

Een aversie tegen verlies

Wanneer Christiaanse hier dieper op in gaat laat ze zien dat wij mensen een aversie hebben tegen verlies. Iets wat we hebben vinden we twee keer zo vervelend om te verliezen, dan iets wat we niet hebben. En ook geldt: iets wat we hebben, vinden we twee keer zo veel waard als iets vergelijkbaars wat we níet hebben.

Uiteraard is het nog steeds belangrijk om wel actief te blijven kijken naar voorzieningen die nodig zijn. Want niet iedere oudere weet de kilometers te overbruggen, en naast emotionele waarde zijn veel voorzieningen ook van echte meerwaarde voor een dorp.

Investeer in co-creatie

Suzan sluit haar presentatie dan ook af met een aantal aanbevelingen: blijf luisteren naar mensen die zich in de steek gelaten voelen. Dit zijn de mensen die geneigd zijn om te zeggen: ‘het maakt niet uit wat ik zeg, naar mij wordt toch niet geluisterd’. Nodig deze mensen uit en investeer in de juiste condities voor co-creatie. Zo kom je erachter wat er samen mogelijk is.

En, zo luidt haar volgende aanbeveling, daarmee vermijd je hopelijk ook het praten in een neerwaartse spiraal. Want als iedereen blijft herhalen hoe vervelend het is dat iets weggaat, dan zal men dit eerder gaan herhalen dan zelf nadenken over hoe het ook kan.

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
Als bereikbaarheid voor de meeste mensen dan geen probleem is… waarom zijn we dan wel bezorgd over het verdwijnen van voorzieningen? Suzan Christiaanse - Onderzoeker

Een leven lang met plezier wonen

In deelsessie 1 schoof de groep aan bij Roelof Dilling. Roelof is betrokken bij onder andere GrollooZorgt, waar hij meer over vertelt tijdens de deelsessie.

Door Lucinde Terluin

‘Met GrollooZorgt hebben we als missie gesteld dat men op prettige wijze oud kan worden in eigen omgeving. Dit bereiken we door het bieden van woonoplossingen, welzijn en zorg in eigen omgeving’, vertelt Roelof.

Hij legt uit hoe dat in z’n werk gaat in het mooie Drentse dorp. Belangrijk onderdeel van de uitvoering is een professionele dorpscoördinator, en een team van vrijwilligers die ondersteunen. Deze dorpscoördinator is overal in het dorp aanwezig, en houdt vinger aan de pols bij bewoners en professionals.

Levensloopbestendige woningen en gemak in hoes

Omdat er veel vrijwilligers gemoeid zijn met GrollooZorgt wordt dit gezien als een bewonersinitiatief. En naast de dorpscoördinator zijn er nog meer projecten waar zij zich mee bezig houden. Roelof: ‘Momenteel zijn we ook bezig met de bouw van 12 seniorenwoningen in één grote boerderij. Omdat er eigenlijk niet gebouwd mag worden in Grolloo is dit een lang project wat als sinds 2018 loopt. Inmiddels zijn we op stoom en voornemens dit project in december 2024 af te ronden.’

Deze levensloopbestendige woningen worden gebouwd met behulp van investeerders die het maatschappelijk belang zien van in eigen dorp oud wonen. Rendement staat hier dus niet voorop.

Naast het bouwen van nieuwe woningen houdt GrollooZorgt zich ook bezig met domotica: een duur woord voor ‘gemak in hoes’. Denk bijvoorbeeld aan een deurbel met een camera, lichten die bij beweging aangaan en automatische gordijnen. Allerlei automatiseringen die bijdragen aan de missie: op prettige wijze oud worden. Ook hiervoor worden weer vrijwilligers ingezet.

Een zorgzame gemeenschap optuigen

Zo’n zorgzame gemeenschap maken, hoe doe je dat nou? Daarover kan Roelof kort zijn: ‘dat valt niet te kopiëren en te plakken. Het moet vanuit de mensen komen en er moet een noodzaak zijn.’ Gelukkig weet hij wel een aantal randvoorwaarden te noemen, die een basis vormen.

De eerste is natuurlijk: is er überhaupt draagvlak voor in de gemeenschap? Zo ja, zorg er dan voor dat het vanuit de inwoners komt. Zij zijn aan zet. Ook een ontmoetingsruimte met een sociale functie is belangrijk, want zo raak je niet afhankelijk van andere (commerciële) partijen. Tot slot moet duidelijk zijn wat de activiteiten zijn, en die moeten vanuit de bewoners komen, en is het belangrijk om daar een structurele financiering voor te hebben.

Roelof: ‘dit laatste hebben we nog niet, maar gaan we zo langzamerhand wel naartoe. Als bescheiden inwoners van Drenthe is dit soms best lastig, want je komt lastig tussen grote partijen en politieke stromen die daarin meespelen. Daarom adviseer ik iedereen om een gezamenlijke vuist te maken en een beetje te rebelleren. Bundel je kracht en bedrijf de politiek. Want ondanks dat je dat misschien niet wil, is dat wel wat moet gebeuren.’

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
Het moet vanuit de mensen komen en er moet een noodzaak zijn. Roelof Dilling - Drents Collectief

Gezond en vitaal ouder worden in de Bloeizone 

‘Een dorp heeft vaak meer in huis dan bewoners zelf denken’

‘We wachten tot iemand ziek is en zorg nodig heeft, maar we vergeten wat iemand nodig heeft om fysiek en sociaal gezond te blijven.’ Dat zei Jan de Vries, projectmedewerker van het Healthy Ageing Network Northern Netherlands (HANNN). Hij vertelde over Bloeizones in Friesland.

Door Henk Dilling

De zorg staat onder druk en dat leidt tot onrust in de samenleving. Er is financiële onrust omdat zorg steeds duurder wordt en sociaal-maatschappelijke onrust omdat zorgprofessionals steeds moeilijker aan de groeiende vraag kunnen beantwoorden. ‘Er moet dus wel iets gebeuren’, stelde De Vries. Eén van de opties is de Bloeizone. Dit is een gebied waar inwoners met elkaar zorgen voor een omgeving waar mensen langer in goede gezondheid kunnen blijven wonen. Inspiratiebron zijn de zogenaamde Blue Zones. Plekken in de wereld waar min of meer per ongeluk de perfecte omstandigheden zijn ontstaan om gezond oud te worden.

In opdracht van de Provincie Friesland traceerde HANNN in 2021 en 2022 vijftien dorpen die aan de slag willen met het gedachtengoed van de Bloeizone. Het project is inmiddels afgerond, maar er melden zich nog steeds spontaan dorpen. Het Friese succes werkt inspirerend; er wordt nagedacht over uitbreiding naar Groningen en Drenthe.

De Vries legde uit dat een Bloeizone mensen helpt om met de fysieke, emotionele en sociale uitdagingen in het leven om te gaan. Maar ook om zo veel mogelijk zelf de touwtjes in handen te houden. ‘Gemeenschapsgevoel, daar gaat het om. Met elkaar verbonden zijn. Hoe krachtig en waardevol dat is heb ik van dichtbij meegemaakt. Ik ben opgegroeid in Fries dorp waar mensen elkaar met raad en daad helpen waar dat nodig of gewenst is. Je gunt elkaar een mooi leven.’

Met elkaar in gesprek

HANNN biedt ondersteuning bij het handen en voeten geven van het Bloeizone-concept. Samen met de inwoners brengt de netwerkorganisatie in kaart wat er op het terrein van gezondheid en vitaliteit al is. Vervolgens worden de wensen geïnventariseerd. De Vries: ‘Waar worden mensen enthousiast van? Om ze op ideeën te brengen laten we bijvoorbeeld filmpjes zien van andere Bloeizones.’ Ter illustratie had hij een filmpje over Bloeizone De Wilgen meegenomen, waar bewoners samen in de dorpstuin aan de slag zijn. ‘Beweging kan sport zijn, maar in de tuin werken is ook beweging. En als ontmoetingsplek heeft zo’n tuin ook een sociale functie.’ Ook bij het onder de aandacht brengen van de Bloeizone-initiatieven bij een grotere groep inwoners kan de HANNN een rol spelen, bijvoorbeeld door het mede-organiseren van een gezondheidsmarkt waar mensen nader kennismaken met het aanbod.

De basis van iedere Bloeizone is een actieve en diverse groep inwoners die aan de slag willen met de leefbaarheid in het dorp, stelde De Vries. ‘Hoe groter het draagvlak, hoe groter de kans dat er gezonde activiteiten ontstaan. Een dorp of wijk heeft vaak meer in huis dan bewoners zelf denken.’ Om die stelling ter plekke te bewijzen vroeg hij de aanwezigen om even goed na te denken over Bloeizone-situaties en – mogelijkheden in hun eigen omgeving. Het leverde een rijke oogst op.

Vanuit het publiek wordt gevraagd waar men terecht kan als er geld nodig is om een initiatief van de grond te tillen. De Vries stelde dat het financieren van activiteiten nu nog vooral een kwestie van sprokkelen is. Aankloppen bij sponsors en donateurs bijvoorbeeld. ‘We lobbyen voor meer structurele financiering van gezonde lokale activiteiten. Maar vergeet niet: iets kan stuklopen op financiering, maar ook op het ontbreken van draagvlak.’

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
Iets kan stuklopen op financiering, maar ook op het ontbreken van draagvlak. Jan de Vries - Healty Ageing Network Northern Netherlands

Zorg en welzijn van jongeren in regio’s met bevolkingsdaling

Door Bart Breman

Marloes Dekker kijkt om zich heen. Aan de tafel zitten ‘slechts’ drie deelnemers. Geen enkel probleem, vindt ze. Sterker nog: het opent juist de deuren om eens écht met elkaar van gedachten te wisselen. Vrijwel direct na het voorstelrondje ontstaat er een geanimeerd gesprek over het verdwijnen, het in stand houden en faciliteren van voorzieningen voor jongeren.

Jongeren aan het roer

Dekker is medeoprichter van Jimmy’s, een platform voor jongeren van 12 tot 27. Jongeren kunnen er terecht voor hulp en advies, al is het in de eerste plaats een plek waar jongeren elkaar kunnen ontmoeten. Jimmy’s bestaat uit een website en meerdere fysieke vestigingen in het noorden en oosten van het land. Bij elke vestiging staan jongeren zo veel mogelijk zelf aan het roer, vertelt Dekker, waarbij ze gefaciliteerd worden door een deskundige. Ook zijn er jongerenwerkers en vrijwilligers aanwezig. Op de vestigingen wordt van alles georganiseerd; van wekelijkse Dungeons & Dragons-avonden tot zomerkampen en sportactiviteiten. ‘En momenteel is het dagelijkse koffie-en-thee-momentje erg populair’, lacht Dekker.

Als pedagoge en maatschappelijk werker hield Dekker zich al lange tijd bezig met de vraag wat jongeren nodig hebben om tot bloei te komen en welke rol hun omgeving hier in speelt. Dat leidde in 2011 tot de oprichting van Jimmy’s. ‘Men dacht in eerste instantie alleen aan een website, maar jongeren gaven aan ook een fysieke plek te willen.’ Zo kwamen er meerdere vestigingen, waar jongeren vooral veel zelf mogen organiseren. ‘Tegenwoordig is jongerenparticipatie heel normaal,’ zegt Dekkers, ‘maar 14 jaar geleden was het dat bepaald niet.’

Meer taarten bakken

Al snel ontstaat een gesprek over jongerenwerk en wat daar bij komt kijken. Corona, zo wordt nog maar eens duidelijk, heeft een enorme impact gehad. De onderlinge verbinding is er uitgeslagen, zegt iemand en veel jongeren hebben last van sociale angsten. ‘Daarom is groepsbinding en samen nieuwe dingen ontdekken ook zo belangrijk.’ Dekker vult aan: We zouden daarom meer van het individuele naar het collectieve moeten bewegen.’

Ondertussen hebben jongerenorganisaties volop te maken met bezuinigingen. Dekker: ‘Je kunt de vraag stellen of je de taart onderling moet verdelen of dat je gewoon meer taarten moet bakken. Jimmy’s richt zich bijvoorbeeld niet per se op mentale gezondheid, maar het komt wel aan bod. We hebben één plek waar jongeren terecht kunnen met alles wat ze bezighoudt, in plaats van dat we alles gesegmenteerd laten gebeuren.’ Haar vaststelling leidt tot bijval: ‘We zijn gewend om onze eigen postzegel te verdedigen. Daar komt bij dat je als jongerenorganisatie voortdurend inventief moet zijn en steeds nieuwe dingen moet laten zien, terwijl dat niet per se hoeft. Je kunt elkaar juist vinden in de samenwerking’, vindt iemand.

Waardecreatie

‘Bij Jimmy’s gebeurt er van alles’, gaat Dekker verder. ‘We weten wat er onder jongeren leeft. Daarmee biedt een organisatie als deze ook een kans aan bedrijven om de jongere generatie beter te leren kennen. Dat kan weer helpen bij het oplossen van vragen en problemen op de werkvloer. Dat noemen we waardecreatie. Wat we doen heeft namelijk impact op een gehele gemeenschap. Je moet daarom je voelsprieten voortdurend uitsteken. In dit werk ben je altijd bezig met communities bouwen en verbindingen leggen. Dat werk is nooit af.’

Hanzehogeschool Groningen • Rijksuniversiteit Groningen •
Je kunt de vraag stellen of je de taart onderling moet verdelen of dat je gewoon meer taarten moet bakken. Marloes Dekker - Jimmy's